het golven van je rode haren
blikken die elkaar aanstaarden
zoeter dan zoet
beter dan goed
ik trof je in een strandstoel in een straat
de fonkel in je groene ogen
ik kon de mijne niet geloven
blikker dan blik
mijer dan ik
ik trof je in een strandstoel in een straat
ik praatte wat
je leek me zat
dacht dat ik gedronken had
maar wat ik niet vergat
is dat je lachte
je hoorde aan
ik moest weer gaan
had je nummer niet verstaan
nog even en de droom liet op zich wachten
het beven van mijn dichtershanden
deden ons in paniek belanden
stroever dan stroef
somber dan droef
ik trof je in een strandstoel in een straat
ik schreef wat op
en zei hardop
"ik krijg je nooit meer uit m'n kop
want dat is waar je bent en werd geboren"
het knijpen van mijn beide ogen
ik wist ik had mezelf bedrogen
zwakker dan zwak
wakker dan wak
je droomde van een strandstoel in een straat
en weer uit deze droom ontworsteld
herwonnen je zinnen je wederom
waarom was je weggezonken
in een wereld zonder enig
realiteitsbesef
en hoe je ook durfde
je eigen handen
dichtershanden
in die droom die naam te geven
vergeef het me
vergeef het me
je weet niet wat je bezielde
zaterdag 27 december 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten